Ga naar de homepage
 
 
Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden in Ljubljana, SloveniëEnglish
 
 
 
 
 
 
Homepage > Over Slovenië
Over Slovenië

Algemene Gegevens 

Oppervlakte

20,273 km2 (0,6x Nederland)

Hoofdstad

Ljubljana

Inwonertal

1 997 004 miljoen (30 June 2004) (bron: Statistical Office of Slovenia STAT)

Bevolkingsdichtheid

98 inwoners per km2 (31.12.2003) (bron: STAT)

Godsdienst

Rooms-Katholiek ( 57,8%), Atheïstisch ( 10,1%), Luthers ( 0,9 %), Moslims ( 2,4 %), Orthodox 2,3% , Anders (22,9%) (bron: STAT 2002 Population census)

Taal

Sloveens; Italiaans en Hongaars (minderheden)

Nationale feestdag(en)

Onafhankelijkheidsdag, 25 juni (onafhankelijkheid van Joegoslavië in 1991)

Klimatologische gesteldheid

Mediterraan aan de kust, landklimaat in de rest van het land.

 

 

 

 Staatkundige gegevens

Staatshoofd

President dr. Danilo Türk (sinds december 2007)

Premier

Premier Janez Janša (sinds december 2004)

Minister van Buitenlandse Zaken

Dimitrij Rupel (sinds december 2004))

Minister van Economische Zaken

Andrej Vizjak (sinds december 2004)

Staatsvorm

Parlementaire Republiek

Parlement

Nationale Assemblee met 90 leden, daarnaast een Nationale Raad van 40 leden

 

Demografische gegevens 

Natuurlijke bevolkingsgroei

0,1 % ( 30 June 2004) (bron: STAT)

Geboorten (per 1000 inwoners)

9,0 per 1000 inwoners (30 June 2004) (bron: STAT)

Overlijdens (per 1000 inwoners)

8,8 per 1000 inwoners ( 30 June 2004) (bron: STAT)

Levensverwachting

79,92 jaar (v), 72,3 jaar (m) (schatting 2004)

 

Economische gegevens 

BBP

€ 24,592 miljard ( 2003), € 25,9 miljard (2004), € 27,654 (voorspelling 2005) (bron: STAT)

Economische groei

3,3 % (2002), 2,5 % (2003) , 4,6% (2004), 3,8 (voorspelling 2005)

BBP per capita

€ 11.775 (2002), € 12.319 (2003) €12.977 (2004) ( € 13.854 (voorspelling 2005) (bron: STAT)

BBP per capita, PPS

€ 16.000 (2002), € 16.400 (2003)

Begrotingstekort

1,9% BBP (schatting 2004), 1,1% BBP (voorspelling 2007)

Staatsschuld als percentage BBP

29,4 % (schatting 2004)

Inflatie

7,5% (2002), 5,6% (2003), 3,6% (schatting 2004), 3,0% (voorspelling 2005)

Beroepsbevolking per sector

Diensten 53 %, Industrie 37,3 %, Landbouw

8,3 % (2003)

Diensten 49,8% , Industrie 34,5%, Landbouw 7,7% (2004 schatting)

Werkloosheid, ILO

6,7 % (2003), 6,4 % (2004 schatting ) (bron: STAT)

Uitvoer

€ 11,285 miljard (200 3) € 12,550 ( 2004) (bron: STAT)

- belangrijke producten

Elektrisch en optische uitrustingen, Machines en uitrusting, chemische producten en cosmetica, voeding en levende dieren

- belangrijkste partners

EU 25 ( 66% (Duitsland 22%, Italië 13%, Oostenrijk 8%, Frankrijk 6%, Polen 6%, Nederland 1,5%), Anders 34% ( Kroatië 10%, BIH 4%, USA 3%, Rusland 3%) (bron: STAT 2004)

Invoer

€ 12,239 miljard (200 3), € 13,773 miljard ( 2004) (bron: STAT)

- belangrijke producten

Staal en staal producten, auto’s, aardolie, motorische delen, medicinale, farmaceutische producten

- belangrijkste partners

Duitsland, Italië, Frankrijk, Oostenrijk, Kroatië, Netherlands (10)

Valuta

Euro (per a januari 2007

Buitenlandse schuld

€ n 11,455 miljard (2002), € 13,305 milijard (2003) , € 15,119 miljard (november 2004, schatting) (bron: STAT)

Debt-service ratio

13.8% (2002), 15,1% (2003, schatting EIU) 17,6 % (2004 schatting) Bron: Slovene Central Bank

Saldo handelsbalans

negatief € 612 miljoen (2002), € -954 miljoen (2003) € -1,177 miljard (2004) (bron: Slovene Central Bank)

Lopende rekening betalingsbalans

€ 335 miljoen (2002), € -91 miljoen (2003), €- 94 miljoen (2004), (bron: Slovene Central Bank)

 

Ontwikkelingsrelevante indicatoren 

Groeisectoren

Toerisme, telecommunicatie, farmaceutica, elektronische, chemische industrie, groot handel

Energiesituatie

Sterk afhankelijk van geïmporteerde olie en gas. Thermale elektriciteit na fossiele brandstoffen belangrijkste binnenlandse energiebron

Human development index

0,879 (2002, 29e plaats)

Human poverty index

N.v.t.

Gender-related development index

0,879 (2002, 29e plaats)

% inwoners dat leeftijd van 40 niet haalt

N.v.t.

Alfabetisering

99,6 (v), 99,7 (m) (2002)

% mensen met toegang tot veilig drinkwater

N.v.t.

% mensen met toegang tot gezondheidszorg

N.v.t.

% kinderen tot 5 jaar met ondergewicht

N.v.t.

 

Betrekkingen met Nederland 

Hr. Ms. Ambassadeur

Mr. J.C.M. Groffen (sedert juli 2005)

Geaccrediteerde ambassadeur in Nederland

Dr. Tea Petrin (sedert 23 juni 2004)

Postennetwerk

Ambassade te Ljubljana

Nederlandse gemeenschap

Enkele tientallen personen

Gemeenschap in Nederland

Enkele tientallen personen

 

Handelsbetrekkingen met Nederland 

Nederlandse uitvoer

€ 332,2 miljoen (2003), € 411,1 miljoen (2004) bron: CBS

- belangrijke producten

Chemische producten, Machines en vervoermaterieel, Kantoor en autom, Medicijnen, voeding en levende dieren, fabrikaten, gerangschikt, kunstoffen, snijbloemen en planten

Nederlandse invoer

€151,6 miljoen (2003), €137,0 miljoen (2004), bron: CBS

- belangrijke producten

zeildoeken, mannenkleding, ijskasten, vriezers, caravans en aanhangwagens, boeken, brochures, synthetisch vezeldraad, meubels, motors

Investeringen vanuit Nederland

€ 93,3 miljoen/3,5% (1999) €96,4 miljoen / 3,1% (2000), € 133,1 miljoen/4,5% (2001), € 236,0 miljoen/6,9% (2002), €274,5 miljoen/5,4% (2003)

Investeringen in Nederland

€ 19,3 miljoen/1,7% (2001), €104,3 miljoen/7,1% (2002)

€ 145,1 miljoen /7,8% (2003) (Het grootste deel van de directe Sloveense investeringen binnen de EU vindt plaats in Nederland. Nederland staat op de 4e plaats als ontvanger van Sloveense FDI)


Geschiedenis

Sinds de vroege Middeleeuwen was Slovenië onderdeel van het Habsburgse rijk. Na de Eerste Wereldoorlog werd Slovenië onderdeel van het Koninkrijk der Serviërs, Kroaten en Slovenen, dat vanaf 1928 het Koninkrijk Joegoslavië heette. Toen in 1941 de Duitsers Joegoslavië bezetten, werd Slovenië verdeeld tussen Duitsland, Italië, en Hongarije. Partizanen onder leiding van Josip Broz Tito kregen de overhand in het verzet en stichtten in 1943 de Federale Volksrepubliek Joegoslavië (vanaf 1963 de ‘Socialistische Federale Volksrepubliek’). In 1948 brak Joegoslavië met Moskou na onenigheid over het door Moskou gevolgde beleid. Na Tito’s dood in 1980 werden de etnische, politieke en economische verschillen in Joegoslavië scherper. Het einde van de Koude Oorlog gaf een sterke impuls aan voorstanders van democratisering en zelfbeschikkingsrecht. Voor de Slovenen was het al snel duidelijk dat hun invloed in de federatie nooit overeen zou komen met de onevenredige overdracht van middelen aan armere deelrepublieken. In september 1989 nam het Sloveense parlement een wet aan waarin zij het recht opeiste om zich af te mogen scheiden van de Joegoslavische Republiek. De rest van de Federatie reageerde met een boycot van Sloveense goederen waarna het Sloveense Parlement de afscheiding afkondigde. In december 1990 werd door de bevolking gekozen voor onafhankelijkheid: 89% stemde tijdens een referendum vóór onafhankelijkheid. Slovenië verklaarde zich vervolgens op 25 juni 1991 onafhankelijk. De daaropvolgende gevechten tussen Sloveense milities en het Joegoslavische leger duurden tien dagen en eisten 79 levens. Na een bemiddeling van de EU-Troïka (Nederland -Italië-Luxemburg) werd een overeenkomst tussen de Federale en Sloveense overheden gesloten. De Federale troepen keerden terug naar de kazernes en trokken zich daarna terug uit Slovenië. Slovenië onthield zich nog drie maanden van verwezenlijking van de onafhankelijkheid. Op 23 december 1991 werd de nieuwe Sloveense Grondwet aangenomen. Op 15 januari 1992 volgde de erkenning van Slovenië door de EU-lidstaten (voorafgegaan door het Vaticaan). In mei 1992 trad Slovenië toe tot de VN. Op 10 juni 1996 ondertekende Slovenië een Europa-Akkoord met de EG en diende het een aanvraag tot EU-lidmaatschap in. Tijdens de Europese Raad in Luxemburg in december 1997 werd Slovenië uitgenodigd voor de toetredingsonderhandelingen die in maart 1998 van start gingen. Op 1 mei 2004 trad Slovenië officieel toe tot de EU. In april 2004 werd Slovenië ook lid van de NAVO.

Staatsinrichting

Slovenië is een parlementaire republiek met als staatshoofd een president. De president heeft een voornamelijk ceremoniële functie en is opperbevelhebber van de strijdkrachten. Hij wordt gekozen in directe verkiezingen voor maximaal twee opeenvolgende vijfjarige ambtstermijnen. In de grondwet is de scheiding van wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht vastgelegd.

Aan het hoofd van de regering staat een premier, die op voordracht van de president is bevestigd door de Nationale Assemblee. De Nationale Assemblee (Tweede Kamer) bestaat uit 90 leden waarvan 40 direct gekozen en 50 op basis van evenredige verdeling (deze aantallen verschillen per verkiezing). De Nationale Raad (Eerste Kamer) bestaat uit 40 afgevaardigden van belangengroepen. De Nationale Raad heeft een beperktere functie dan de Nationale Assemblee, hij kan slechts heroverweging van wetgeving verzoeken.

Binnenlandse politiek

In oktober 2004 werden er in Slovenië parlementaire verkiezingen gehouden. Hierbij werd de Liberaal Democratische Partij (LDS, centrumlinks) van voormalig premier Anton Rop voor het eerst sinds de onafhankelijkheid niet de grootste partij doch moest deze plaats met een verschil van 6 zetels afstaan aan de Sloveense Democratische Partij (SDS) van Janez Jansa, die bijna twee keer zoveel zetels kreeg als in 2000, namelijk 29. De nationalistisch getinte Sloveense Nationale Partij (SNS) van Zmago Jelincic, die haar zetelaantal met 50% zag stijgen, van 4 naar 6 zetels, was de tweede winnaar. De SDS van Jansa had samen met de Nieuw Slovenië Christelijke Volkspartij (NSi)en de Sloveense Volkspartij (SLS) (tot april 2004 lid van de vorige regering) 45 zetels, wat één zetel te weinig was voor een centrumrechts meerderheidskabinet. Om toch tot een “comfortabele meerderheid” te komen, is er een coalitie gevormd tussen deze partijen en en de Democratische Partij van Gepensioneerden van Slovenië (DeSUS), tot dan toe lid van de vorige regering.Het kabinet Jansa kan derhalve op 49 van de 90 zetels in de Nationale Assemblee rekenen. De oppositie bestaat uit de LDS (23 zetels) van voormalig premier Rop, de Verenigde Lijst van Sociaal-Democraten (ZLSD, 10 zetels) van oud-parlementsvoorzitter Pahoren en de SNS (6 zetels). Op 3 december 2004 keurde het Nationale Assemblee de coalitie goed.

De regering-Jansa continueert op hoofdlijnen het EU- en NAVO-beleid, waarover ook tijdens de vorige regeringen brede consensus in de Nationale Assemblee bestond. Premier Jansa heeft ook de prioriteit bevestigd voor de invoering van de Euro in 2007. Hoewel de toezeggingen tijdens de verkiezingscampagnes van de huidige coalitiepartijen gematigd waren zullen er wel extra overheidsuitgaven komen op het gebied van pensioenen, o.a. onder invloed van DeSUS. Een dilemma voor de regering-Jansa is hoe extra overheidsuitgaven te rijmen met de voorwaarden voor de invoering van de Euro en met de voor absorptie van EU-cohesiefondsen benodigde herstructurering van de begroting. Er zullen maatregelen worden genomen ter versterking van de kapitaalpositie van Slovenië, stimulering van het MKB en invoering van Public and Private Partnerships (PPP). Nieuw is de instelling van een Economische Commissie onder voorzitterschap van de minister van Financiën. Op basis van de theoretische modellen van deze ‘strategic economic council’ zullen concrete maatregelen genomen worden in sectoren als bankwezen, telecommunicatie en ‘energetic infrastructure’ waar nu nog spraken is van natuurlijke monopolies en grote staatsinvloed.. Ook de huidige regering bevestigt het belang van de Lissabon Strategie (zie paragraaf 3.9.6).

Mensenrechten

Over het algemeen worden de mensenrechten in Slovenië geëerbiedigd. De rechtsgang blijft echter trager dan wenselijk door grote overbelasting. Twee mensenrechtenkwesties trekken politieke aandacht. De eerste betreft de positie van Joegoslavische burgers die niet op tijd het staatsburgerschap van Slovenië aanvroegen. Zij werden in 1992 uit het bevolkingsregister verwijderd. Het Constitutionele Hof heeft in april 2003 bepaald, dat dit verwijderen destijds niet rechtmatig was. De regering kreeg zes maanden de tijd reparatiewetgeving in te voeren. Op initiatief van de voormalig grootste oppositiepartij SDS werd in april 2004 een referendum gehouden tegen de eerste van de twee reparatiewetten. De president en de regering riepen de bevolking op het referendum te boycotten, aangezien het om een uitspraak van het Constitutionele Hof en om een mensenrechtenkwestie ging. Het referendum resulteerde in steun van 94% voor het standpunt van de oppositie, maar de opkomst van 31% was laag. De regering-Rop besloot voorts door te gaan met het op basis van deze wet uitvaardigen van individuele beschikkingen. Hoewel premier Jansa over deze kwestie zei dat de bereidheid om tot een oplossing van dit politieke probleem te komen vergroot was in vergelijking tot een aantal maanden geleden, was er in maart 2005 nog geen aanzet daartoe. Mede door een korte hongerstaking van enkele betrokkenen laaide de polemiek terzake weer op.

De tweede kwestie betreft de bouw van de eerste moskee in Slovenië. Na jarenlange procedures en debatten heeft de gemeenteraad van Ljubljana in oktober 2003 ingestemd met een vergunning voor de bouw van een moskee. Dit besluit wordt door de oppositie betwist door een referendum over deze vergunning aan te vragen. Zij ziet de moskee o.a. als een broedplaats voor terrorisme. De burgemeester van Ljubljana heeft zich over het referendum tot het Constitutioneel Hof gewend, omdat het weigeren van de vergunning zou neerkomen op beperking van de vrijheid van godsdienst.

Sociale situatie

Slovenië heeft over het algemeen een hoger opleidingsniveau dan de meeste andere nieuwe lidstaten van de EU. Het hoger onderwijs ontwikkelt zich snel. Het aantal ingeschreven studenten aan een van de drie universiteiten is sinds midden jaren tachtig bijna verdubbeld.

Slovenië kent een goed ontwikkeld systeem van verplichte ziektekostenverzekering. Een aanvullend systeem voor particuliere ziektekostenverzekering kwam na 1991 op en dekt nu ongeveer 10% van de bevolking. Ondanks de goede gezondheidszorg sterven toch relatief veel mensen voortijdig. Met name onnatuurlijke sterfgevallen en auto-ongelukken zijn oorzaken voor dit hoge sterftecijfer. De regering-Jansa heeft een wijziging van het gezondheidsstelsel en ziektekostenverzekering in het vooruitzicht gesteld, waarin marktwerking en particuliere sector een rol zullen spelen.

Economische situatie

Slovenië heeft sinds de onafhankelijkheid een evenwichtig macro-economisch beleid gevoerd en is een stabiele economie met één van de hoogste groeicijfers van de regio. Van de Midden-Europese EU-lidstaten heeft Slovenië het hoogste per capita inkomen dat, naar koopkrachtpariteit gemeten, inmiddels bijna tweederde van het EU-gemiddelde bedraagt. Opmerkelijk is wel dat, ondanks de aanhoudende economische groei, de werkloosheid niet noemenswaardig afneemt en op zo'n 6,4% (ILO) van de beroepsbevolking blijft steken. De inflatie is nog aan de hoge kant, maar is het afgelopen jaar tot 3,6% afgenomen. Slovenië is in 2005 tot het ERM toegetreden en wil in 2007 de Euro invoeren. Slovenië is partner bij de Midden-Europese Vrijhandelsovereenkomst en lid van alle belangrijke internationale financiële instellingen.

De economische activiteit verschuift in de richting van lichte industrie en diensten. De vooral indirecte rol van de overheid in de economie is nog steeds groot. De hervormingen gaan geleidelijk en hebben nog niet tot zo’n grote stroom FDI geleid als in andere nieuwe lidstaten van de EU. In de afgelopen jaren zijn enkele banken geprivatiseerd, waaronder de grootste staatsbank, de Nova Ljubljanska Banka (NLB). Het Belgische KBC heeft een 33% aandeel in de NLB en de EBRD een aandeel van 5 %. Het Zwitserse Novartis werd eigenaar van de farmaceutische fabriek Lek.

Slovenië implementeert een ambitieus wegenbouwprogramma, mede gericht op zijn belangrijkste haven, Koper, en de aansluiting op de 5e Europese transportcorridor.

Voor de Sloveense exporteur zijn Zuid-Oost-Europa en de Russische Federatie “niche”-markten. Dit geldt eveneens voor investeringen.

De regering-Jansa heeft bevestigd dat wanneer er staatsaandelen worden verkocht er gelijke voorwaarden gelden voor zowel Sloveense als buitenlandse investeerders. Dit geldt in het algemeen ook voor investeringen, waarbij met name voor het MKB vereenvoudiging van regels dient te komen. Bovendien moet er met het economische beleid van de regering-Jansa meer flexibiliteit in de Sloveense economie worden gebracht en doelstellingen worden geformuleerd voor verdere privatisering.

Milieubeleid

De biodiversiteit in Slovenië is groot. Op een relatief klein oppervlakte (20.273 km2) zijn vier verschillende landschapstypen te vinden, die zich uitstrekken tussen de Adriatische zee, de Alpen en de Panonische vlakte. Ruim 60% van de totale oppervlakte is bedekt met bos (1,1 mln. hectare). De zorg voor natuur, bos en landschap in Slovenië is opvallend en van overheidswege goed georganiseerd. De wetgeving is aangepast aan EU-eisen. Slovenië is in 1999 toegetreden tot CITES. Op een aantal terreinen ontbreekt echter de nodige kennis, waarbij van Nederlandse zijde de helpende hand wordt geboden in de vorm van pre- en post-accessie steun. Slovenië heeft één Nationaal Park (Triglav, 83,807 hectare), twee Regionale Parken, 40 Landschapsparken, 69 Natuurreservaten en een aantal andere belangwekkende locaties, hetgeen het totale oppervlak van beschermde gebieden op ruim 148 duizend hectare brengt, ruim 8,2 % van de totale oppervlakte van Slovenië. Onder het Natura 2000 programma, o.a. ter bescherming van vogelsoorten, valt ca. 35,5% van de totale oppervlakte, hetgeen in vergelijking met andere EU-staten zeer hoog is. Ofschoon Slovenië slechts vier duizendste procent van de oppervlakte van de gehele aarde beslaat, biedt het een veilige haven aan ca. 1% van alle diersoorten die men kent en meer dan 2% van alle op het land levende diersoorten.

In de tweede helft van de jaren tachtig was Slovenië het eerste land van Centraal- en Oost-Europa dat een milieu fonds stichtte. In 1999 werd het eerste "National Environment Protection Programme (NEPP)" door het parlement aanvaard. In 2004 werd dit programma herzien. Het Milieu beleid is vooral gericht op het verminderen van de uitstoot van carbon dioxide. In Slovenië is een honderdtal NGO's betrokken bij de bewustwording van het grote publiek van het belang van een goed en zorgvuldig milieu beleid.

Buitenlands beleid en veiligheidsbeleid

Slovenië onderhoudt goede betrekkingen met de buurlanden, ofschoon die banden door de recente geschiedenis zijn getekend. Na de val van Milosevic in oktober 2000 zijn de betrekkingen met Servië hersteld. De bilaterale verhouding met Kroatië is in het algemeen goed, doch spanningen uit het gezamenlijke verleden spelen ook af en toe een rol. Met het aantreden van de nieuwe regering in Kroatië (december 2003) en het ratificeren door het Kroatische parlement van de zgn. Successie-overeenkomst van 2001 leek het klimaat voor het oplossen van de bilaterale problemen verbeterd. De belangrijkste kwestie is de vaststelling van de bilaterale land- en zeegrens, waarover in juli 2001 een overeenkomst werd geparafeerd, die echter niet door het Kroatische parlement werd gesteund. Het is voor Slovenië vooral belangrijk dat Kroatië het recht op vrije toegang van Slovenië tot internationale wateren erkent. Deze kwestie speelde mee in het trilaterale overleg tussen Italië, Kroatië en Slovenië over de eenzijdige afkondiging door Kroatië van een visserij- en ecologische zone. Slovenië steunde het besluit van de Europese Raad van juni 2004 Kroatië de status van kandidaat lidstaat te verlenen en de periode aan te geven voor het openen van de toetredingsonderhandelingen, nadat Kroatië had verklaard dat de zone niet voor EU-lidstaten zal gelden. Vlak voor de algemene verkiezingen in Slovenië in oktober 2004 deden zich opnieuw incidenten over de grensafbakening voor. Het is nu aan de centrumrechtse regering-Jansa tot een vergelijk met Kroatië te komen.

Nu Slovenië lid is van de EU zullen de wrijvingen uit het verleden met Italië en Oostenrijk afnemen. In de opmaat tot de viering van het einde van WOII zestig jaar geleden speelt echter weer een onverwerkt verleden op, waarbij aan Sloveense zijde de positie van Sloveense minderheden in Italië en Oostenrijk een centraal element vormt.

Oorspronkelijk hield Slovenië zich na haar onafhankelijkheid in 1991 strikt afzijdig van de conflicten in de overige opvolgerstaten van de Joegoslavische Federatie. Op weg naar het EU- en NAVO-lidmaatschap kwam daarin verandering. Nu haar belangrijkste buitenlandspolitieke doeleinden zijn bereikt door het lidmaatschap van de EU en de NAVO, zal Slovenië een actieve rol spelen in deze organisaties. Daarbij liggen belang en belangstelling van Slovenië vooral ook bij adequate aandacht van EU en NAVO voor de ontwikkeling van democratie, economie en stabiliteit in de landen van de Westelijke Balkan. Slovenië dicht zichzelf een belangrijke rol toe in het Stabiliteitspact voor Zuid-Oost Europa en ziet zelfzelf als een brug naar deze regio en als een “exporteur” van stabiliteit. Het land geeft hieraan praktische invulling o.a. door deelname aan SFOR en het laten delen van de betrokken landen in de kennis van en de ervaring met de toetredingsprocessen tot EU en NAVO. Daarbij is ook sprake van gezamenlijke projecten met Nederland.

Slovenië neemt voorts deel in regionaal overleg als de “Quadrilaterale”, een samenwerkingsverband met Hongarije, Italië en Kroatië, het Centraal Europees Initiatief (CEI), dat 17 Midden- en Zuid-Oost-Europese staten omvat en het 'Southeast European Cooperative Initiative' (SEECI).

Lidmaatschap van ‘Schengen’ is een andere prioriteit van het Sloveense buitenlandse beleid. Tot 2007 zal aan alle voorwaarden voor volledig lidmaatschap van Schengen worden voldaan. Reorganisatie van de politie en de oprichting van een nieuwe ‘police force’ zullen dit ondersteunen.

Door het actieve lidmaatschap van de VN Veiligheidsraad in 1998 en 1999, heeft Slovenië een relatief grote invloed gehad in de internationale politiek. Deze assertieve opstelling ligt ook ten grondslag aan het voorzitterschap van de OVSE in 2005, dat door de voormalige premier en huidige president Drnovsek werd geambieerd. De regering-Jansa heeft tevens de uitdaging aanvraagd in de eerste helft van 2008 het EU-voorzitterschap te vervullen.

Betrekkingen met de EU

Inleiding / Toetreding

Op 10 juni 1996 vroeg Slovenië het EU-lidmaatschap aan en ondertekende het Europa-Akkoord, dat sinds februari 1999 van kracht is. Tijdens de Europese Raad in Luxemburg (december 1997) werd Slovenië uitgenodigd voor toetredingsonderhandelingen die in maart 1998 van start gingen. Op 13 december 2002 werden in Kopenhagen de onderhandelingen tussen de EU en tien kandidaat-lidstaten, waaronder Slovenië afgerond. Bij een referendum van 23 maart 2003 stemde 90% van de kiezers bij een opkomst van 60% voor de toetreding. Op 28 januari 2004 ratificeerde de Nationale Assemblee met 80 stemmen voor en 4 onthoudingen het toetredingsverdrag. Slovenië is op 1 mei 2004 als een van de best voorbereide kandidaten toegetreden tot de EU.

Anders dan in de vorige regeringen heeft premier Jansa geen minister maar een staatssecretaris voor EU-zaken benoemd. Deze bewindsman blijft met zijn apparaat (Government office for European Affairs) onder de verantwoordelijkheid van de premier vallen.

Toekomst van Europa / Europese conventie

Slovenië heeft zich flexibel opgesteld in de discussie over de toekomst van Europa en het Grondwettelijk verdrag. Er was brede binnenlandse steun voor de opstelling van de regering, die actief meewerkte aan een compromis. Slovenië hecht aan het evenwicht tussen grote en kleine lidstaten. Voor Slovenië is het van belang dat de betrokkenheid van de Europese burgers en de EU vergroot wordt. Hiertoe moet de EU transparanter en democratischer van aard worden. Binnenslands is de betrokkenheid van het parlement bij besluitvorming in de EU vastgelegd bij wet. Daarbij wordt de werkwijze gevolgd tijdens de toetredingsonderhandelingen, die opvielen door een grote mate van transparantie en het zeker stellen van brede steun in het parlement en onder de bevolking. In de Nationale Assemblee speelt de Commissie voor EU-zaken in deze een centrale rol, al dan niet in samenspraak met de Commissie voor Buitenlandse Zaken.

Op 1 februari 2005 ratificeerde de Nationale Assemblee in een buitengewone zitting het Grondwettelijk Verdrag. Voor de ratificatie was een tweederde meerderheid nodig van minimaal 60 stemmen. De stemverhouding was 79 voor, alleen de aanwezige 4 leden van de nationalistisch getinte SNS stemden tegen. Een referendum werd door regering en parlement niet nodig geacht vanwege het in maart 2003 gehouden bindend referendum over de toetreding tot de EU.

Uitbreiding

De uitbreiding van de EU moet volgens Slovenië niet ophouden na de huidige uitbreidingsronde, aangezien de EU-oriëntatie van de staten op de Westelijke Balkan de enige basis is voor het welslagen van het stabilitisatie- en democratiseringsproces. Slovenië zal doorgaan met het ondersteunen van Kroatië tijdens de toetredingsonderhandelingen. Bovendien moeten landen als Macedonië, Servië en Montenegro, Bosnië en Herzegovina op termijn ook de mogelijkheid krijgen zich aan te sluiten bij de EU, mits zij aan de objectieve criteria voldoen. Op korte termijn dienen deze landen gestimuleerd te worden zich te blijven oriënteren op Europa.

Slovenië ijvert voorts voor het aanhalen van banden met “nieuwe buren” zoals Rusland. Het Sloveense OVSE-voorzitterschap in 2005 kan mede in dit perspectief worden gezien.

EVDB / GBVB / JBZ

Slovenië wil op het gebied van veiligheid een grote rol voor de NAVO behouden, maar is daarnaast tevens voorstander van het versterken en operationaliseren van het Europees Veiligheids- en Defensiebeleid (EVDB) van de EU. Voorwaarde is echter, dat dit niet tot overlappingen en tot hogere defensie-uitgaven mag leiden.

Slovenië zal eind 2006 gereed zijn met de Schengen-conforme opwaardering van de 670 kilometer lange buitengrens met Kroatië in de verwachting dat ook de binnengrenscontroles in de EU in 2007 zullen worden opgeheven. Slovenië hoopt in de Nieuwe Financiële Perspectieven op het gebied van grensbeheer op “burden sharing” in de vorm van het delen van de kosten tussen eigen en EU-budget.

Nieuwe Financiële Perspectieven en EMU

Slovenië vindt de positie van de EU-Commissie over de Nieuwe Financiële Perspectieven een goed uitgangspunt voor de onderhandelingen terzake. Het heeft geen bezwaar de uitgaven de begrenzen tot 1% BNI, mits het budget wordt geherstructureerd, met inbegrip van het GLB. Verwacht wordt, dat Slovenië op termijn netto-betaler zal worden.

In 2005 heeft Slovenië voldaan aan de voorwaarden voor invoering van ERM II en begin 2007 wil het land toetreden tot de Eurozone; dit is een snellere koers dan oorspronkelijk is beoogd. De inflatie is met 3,6% in 2004 nog aan de hoge kant, maar is teruggebracht van 7,5% in 2002, voornamelijk door het bereiken van een akkoord tussen de sociale partners.

Lissabonstrategie

Slovenië is een stabiele economie met één van de hoogste groeivoeten in de regio. Opmerkelijk is dat, ondanks de aanhoudende economische groei, de werkloosheid niet noemenswaardig afneemt en de laatste jaren is opgelopen op zo'n 6,8% (ILO) van de beroepsbevolking blijft steken. Voor Slovenië zijn economische groei en concurrentievermogen (ondernemerschap, verbetering klimaat bedrijven, innovatie, investering in onderwijs, technologie, enz.) van groot belang gezien het geringe concurrentievermogen van de Sloveense economie ten opzichte van andere lidstaten. Om de economie te stimuleren heeft de regering-Jansa diverse beleidsvoornemens, zoals: het bevorderen van ondernemerschap, terugdringen van administratieve lasten, FDI stimuleren, de belastingdruk voor R&D verlichten, de inkomensbelastingdruk verminderen, gezonde concurrentie bevorderen, privatisering van de staatsbanken door de keuze van strategische partners die het ondernemerschap bevorderen, geleidelijke privatisering van telecomsector, terugbrengen van negatieve gevolgen voor het milieu van transport en het opstellen van een alomvattend ontwikkelingsplan voor de landbouwsector.

De beroepsbevolking is goed opgeleid maar bij het overschakelen op activiteiten met een hogere toegevoegde waarde is een verdere verbetering van het opleidingsniveau noodzakelijk. Veel aandacht wordt daarom besteed aan opleiding en volwassenen onderwijs (levenslang leren). De zorg voor natuur, bos en landschap in Slovenië is opvallend en van overheidswege goed georganiseerd. Synergie tussen ondernemingen en milieu moet worden benut ten einde economische groei te bevorderen.

Nederlandse betrekkingen/beleid

Betrekkingen met Nederland

De bilaterale samenwerking tussen Nederland en Slovenië kent een groeiende tendens. Nederland opende in december 2000 een ambassade in Ljubljana. Slovenië opende in juni 2000 een ambassade in Den Haag.

Nederland in Slovenië

Vanaf 1989 was in Slovenië Honorair Consul-Generaal Dr. Matija Skof werkzaam. Hij kreeg in 2001 eervol ontslag. Met het aantreden van TZ Van Loopik op 19 december 2000 was vestiging van de Nederlandse ambassade in Ljubljana een feit. Ambassadeur Henneman heeft op 19 september 2001 zijn geloofsbrieven aan president Kucan aangeboden. In februari 2002 is de nieuwe kanselarij in Ljubljana geopend.

Diverse ministeries werken samen met Slovenië: Economische Zaken, Landbouw Natuurbeheer en Visserij, Sociale zaken en Werkgelegenheid, Justitie, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Verkeer&Waterstaat en Defensie. Dit is voor een belangrijk deel totstandgekomen dankzij MATRA- en PSO- (pre-accessie) programma’s.

Veiligheidssamenwerking met Slovenië vond plaats via multilaterale initiatieven (het NAVO-Partnerschap-voor-Vrede-programma en de Euro-Atlantische Partnerschapsraad) en via bilaterale contacten. Nederland heeft in maart 2000 met Slovenië een raamovereenkomst voor militaire samenwerking in de vorm van een Memorandum of Understanding (MoU) tussen de beide ministeries van Defensie gesloten. Deze samenwerking wordt voortgezet, ook nu Slovenië lid geworden is van de NAVO.

De Nederlandse handel met Slovenië is van beperkte omvang. Slovenië richt zich qua handel vooral op Duitsland, Oostenrijk, Italië, en Frankrijk. De Nederlandse directe buitenlandse investeringen in Slovenië zijn eveneens van beperkte omvang. Verwacht wordt dat bilaterale handel en investeringen in de toekomst zullen toenemen. Deze tendens is al in 2004 waarneembaar. De Nederlandse uitvoer naar Slovenië steeg in 2004 met een kwart, terwijl ook in de investeringen een opgaande lijn zit. De voornaamste Nederlandse investeringen zijn de enige suikerfabriek van Slovenië (66% van de aandelen is in handen van COSUN-Suikerunie) en de staalgieterij Litostroj (100% van de aandelen is in handen van IHC). Er is toenemende belangstelling van Sloveense bedrijven om in Nederland holdingmaatschappijen op te zetten, enerzijds vanwege het belastingklimaat in Slovenië en anderzijds omdat Nederland een wijdvertakt netwerk van bilaterale overeenkomsten kent ter vermijding van dubbele belasting. Wanneer hierbij sprake is van kapitaalverkeer, zouden de statistieken hogere waarden kunnen gaan uitdrukken voor investeringen in Nederland en herinvesteringen vanuit Nederland in Slovenië. Op particulier initiatief is in oktober 2003 een Slovene Dutch Business Platform opgericht, een netwerkorganisatie voor Sloveense en Nederlandse bedrijven.

Slovenië werkte in de pre-accessiefase graag samen met Nederland in programma’s als PSO, Matra pre-accessie, PUA, PUM, Adept en Impact (Nederland doneerde ruim € 15 miljoen pre-accessiesteun, en was hiermee de grootste bilaterale donor van technische hulp aan Slovenië).

De bilaterale culturele samenwerking is intensief en groeiende. De ambassade in Ljubljana organiseert jaarlijks een “Bilateralni Fokus”. Ter gelegenheid van het Nederlandse EU-voorzitterschap in de tweede helft van 2004 vonden meer dan honderd culturele samenwerkingsevenementen in heel Slovenië plaats.

Bezoeken

In 2001 bezochten premier Kok, minister van Buitenlandse Zaken Van Aartsen en minister van LNV Brinkhorst Slovenië en in 2003 minister van Buitenlandse Zaken de Hoop Scheffer. In de eerste helft van 2004 brachten met het oog het Nederlandse EU-voorzitterschap respectievelijk staatssecretaris Nicolaï, minister-president Balkenende, staatssecretaris Van Geel en de ministers Dekker en Peijs bezoeken aan Slovenië.

OS-activiteiten

Slovenië toonde zich zeer geïnteresseerd in de werkwijze van het Nederlandse EU-voorzitterschap op OS-terrein. Informeel bestaan er contacten tussen de ambassade en de Sloveense DGIS over OS-onderwerpen. Slovenië richt zich in haar ODA-inspanning vooral op Zuid-Oost Europa.

Activiteiten Nederlandse posten

De ambassade volgt en rapporteert over politieke, sociale en economische ontwikkelingen in het land. Op het economische terrein verstrekt de ambassade informatie aan het Nederlands bedrijfsleven en de EVD. Ook verstrekt de ambassade informatie over het Nederlandse bedrijfsleven aan Sloveense instellingen. Daarnaast verricht de ambassade consulaire werkzaamheden en geeft , waar nodig, informatie over de veiligheidssituatie.

In de jaarlijkse manifestatie “Bilateralni Fokus” wordt getracht bilaterale samenwerking voor het voetlicht te brengen en te bevorderen. Er is sprake van een intensieve wisselwerking op cultureel terrein.

EVD activiteiten

De EVD verstrekt informatie in de vorm van het boekje ‘Landenoriëntatie Slovenië’ en een overzicht overheidsmaatregelen. Verder is informatie over projecten en aanbestedingen beschikbaar via de wekelijkse uitgave Bestedingen Buitenland en via de internetsite. Daarnaast organiseert de EVD spreekdagen en voorlichtingsbijeenkomsten.

Meer informatie is te vinden op EVD-site op internet (http://www.evd.nl ).

Exportfinanciering

Zie voor het meest recente NCM-landenbeleid (http://www.ncm.nl).

Generieke informatie over exportfinanciering is te vinden op de internetsite van het ministerie van Economische Zaken (Externe link http://www.minez.nl ).

Het door de FMO uitgevoerde IBTA-programma (investeringsbevordering en technische assistentie) is open voor Slovenië.

Verdragen met Nederland

Onder dit kopje staan de belangrijkste verdragen met Nederland opgenomen. Voor het volledige overzicht van verdragen kunt u (voor internet t.z.t.) het "see-also" raadplegen.

Titel: Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Slovenië inzake internationaal vervoer over de weg

Gesloten op: 17-05-1993, Ljubljana

Inwerking op: 01-02-1996

Vindplaatsen: 1993,113; 1996,10

Titel: Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Slovenië inzake luchtdiensten tussen en via hun onderscheiden grondgebieden

Gesloten op: 24-11-1993, Ljubljana

Inwerking op: 01-02-1995

Vindplaatsen: 1994,9; 1994,53; 1995,17

Titel: Notawisseling tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Sloveense Regering inzake de uitbreiding van het Europees Verdrag betreffende uitlevering tot de Nederlandse Antillen en Aruba

Gesloten op: 13-03-1996, Ljubljana

Inwerking op: 12-02-1997

Vindplaatsen: 1996,124; 1997,71

Titel: Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Slovenië inzake de bevordering en wederzijdse bescherming van investeringen

Gesloten op: 24-09-1996, Ljubljana

Inwerking op: 01-08-1998

Vindplaatsen: 1996,296; 1998,178

Titel: Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Slovenië inzake sociale zekerheid

Gesloten op: 22-03-2000, Ljubljana

Inwerking op: 01-05-2003

Vindplaatsen: 2000,47; 2001,20; 2003,66

Titel: Notawisseling houdende een verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Slovenië inzake privileges en immuniteiten voor verbindingsofficieren die door Slovenië bij Europol te 's-Gravenhage gedetacheerd worden

Gesloten op: 22-12-2003, 's-Gravenhage

Inwerking op:

Vindplaatsen: 2004,53

Titel: Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Slovenië tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen

Gesloten op: 30-06-2004, Ljubljana

Inwerking op:

Vindplaatsen: Tractatenblad 2004-252

Ambtsberichten

Er is geen algemeen ambtsbericht opgesteld voor Slovenië.

Beleidsnotities

Slovenië wordt behandeld in de notitie “Accenten zetten in Midden-Europa”, november 1999.

Kamervragen

Onder dit kopje staan de belangrijkste kamervragen opgenomen. Voor het volledige overzicht van kamervragen kunt u (voor internet t.z.t.) het "see-also" raadplegen.

Vragen van het kamerlid Blaauw (VVD) over Het mogelijk openen van een ambassade in Slovenië, ingezonden 21 december 1998 (nr. 571).

buza.gif (6 Kb)
Link: wijsopreis.jpg (3 Kb)
Sloveens voorzitterschap EU
nederlandineuropa.gif (1 Kb)